 
klussenkalender
juli
Zaaien:
- zie de zaaikalender voor de maand
juli.
- Kijk ook eens naar de zaaikalender
voor winterharde eenjarigen. Veel daarvan kunnen nog
in deze maand worden gezaaid. Schiet wel op, want het
is de laatste kans om dit jaar nog bloei daarvan te
hebben.
- Halfwinterharde en winterharde eenjarigen:
Hard binnen gezaaide eenjarigen af. Ze kunnen daarna
goed in de tuin uitgezet worden. Nu begint echter de
kwetsbare periode van droogte. Denk eraan om de plantjes
tijdig en voldoende water te geven.
- Tweejarigen en veel vaste planten
kunnen nu ter plekke of gecontroleerd in potjes worden
gezaaid. Zie hiervoor mijn informatie op de site en
de diverse zaaikalenders.
Zaden:
- Je kunt je nu alweer een beetje gaan
richten op je keuze aan vaste planten zaden en
tweejarigen. Veel van die zaden kun je in juli gaan
zaaien.
- Vroeg bloeiende planten zoals de akelei
en sommige salvia's hebben nu al gebloeid en hebben
zaad gezet. Hou goed de zaaddoosjes in de gaten zodat
je ze als ze goed ingedroogd zijn kunt oogsten.
Zaden oogsten:
- Veel zaden zullen nu aan het rijpen
zijn of zelfs uitgerijpt zijn. Eind van de maand zul
je al het een en ander kunnen oogsten. Hoe je dat doet
kun je lezen bij 'Oogsten en bewaren van zaden'.
Vermeerderen vegatief: stekken/delen:
- Klimplanten
Ga door met het afleggen van klimplanten (clematis,
hedera, lonicera (kamperfoelie), … ); een heel gemakkelijke
methode om te vermeerderen.
Stekken kan natuurlijk ook. Veel mensen doen dat liever.
Bij veel klimplanten (bijvoorbeeld clematis) kan dat
nu.
- vaste planten
Neem stekken van jonge gezonde - niet bloeiende
- scheuten van de Dianthus plumarius (grasanjer) en
steek ze na ze in de stekpoeder te hebben gedoopt rondom
in een pot en zet deze in de schaduw. Na ongeveer een
week of 4 zullen de stekken beworteld zijn en kun je
ze in afzonderlijke potten oppotten.
Geschikt om te vermeerderen als stek met wortel zijn:
aster, campanula, lupine, chrysanthemum, sedum.
- Groenten en kruiden
Aardbeien vormen nu uitlopers. Als je dat wilt kun je
die afsnijden en weggooien of anders afleggen en er
nieuwe planten van opkweken.
- Bomen en struiken
hydrangea (hortensia), forsythia, escallonia, aucuba,
weigela, philadelphus (jasmijn), … lenen zich er goed
voor om de takken af te leggen.
Ook hier kan gestekt worden; snijd halfhoutige stekken
van struiken als: hydrangea, (blaas)spirea, cotoneaster,
philadelphus (jasmijn), pyracantha, brem, berberis,
vaccinium (amerikaanse bosbes), escallonia, groenblijvende
azalea, sambucus (vlier). Ook de conifeer is op deze
manier goed te vermeerderen.
Bollen en Knollen:
- De narcissen zullen nu inmiddels wel
al hun blad kwijt zijn en je kunt ze of rooien of laten
zitten en markeren (stokje erbij zetten)
- Irissen. Het is nu tijd om groepen
irissen met rizomen te verjongen. Neem daartoe de jonge
scheuten aan de buitenzijde van de plant en plant die
opnieuw uit.
- Bollen of knollen die in de winter
in de grond kunnen blijven zitten zoals bijvoorbeeld
de Montbretia (Crocosmia x crocosmiiflora), sieruien
(Allium), Anemone nemorosa (bosanemoon), Crocussen,
Irissen, Lelies, Blauwe Druifjes (Muscari), Narcissen,
Vogelmelk (Ornithogalum), Botanische Tulpje en knolvormende
vaste planten zoals bijvoorbeeld de Phlomis tuberosa
en de Naald van Cleopatra (Eremurus) vermenigvuldigen
zich in meer of mindere mate. Zodra ze uitgebloeid zijn
kunnen ze boven de grond worden gehaald en de overtollige
knollen over familie, vrienden en geïnteresseerden worden
verdeeld. Het restant weer ter plekke ingraven zodat
ze de hele zomer weer krachten op kunnen doen voor het
volgende groeiseizoen.
Kweekkas of koude bak:
- Zorg voor voldoende ventilatie op
zonnige dagen. De temperatuur kan enorm oplopen.
- Schaduw:
Zorg voor schaduw op zonnige dagen. Leg desnoods als
de zon brandend in je kas staat een paar kranten op
de planten.
Ik scherm mijn koude bak af met ramen waarop ik wit
plastic heb geplakt. Op die manier komt er toch voldoende
licht naar binnen, maar blijft het directe zonlicht
getemperd.
- Sproeien:
Hou als regel aan om 's morgens vòòr 10 uur 's en avonds
na 19:00 uur 's. Wil je toch overdag water geven, giet
dan altijd op de bodem en nooit op de plant zelf. Als
het kan niet te koud water gebruiken.
- Zieken en plagen:
- de taxuskever
- aardvlooien. Te herkennen als
je tegen potje of bakje tikt; ze springen dan op.
Kleefband aanbrengen.
- witte vlieg. Lijmstroken aanbrengen
en zorgen voor voldoende ventilatie.
- Kweek zodra het weer het toe laat
de jonge zaailingen op een koele plek (eventueel buiten)
verder op.
- Verpot jonge binnen opgekweekte planten
pas als de worteltjes tot aan de potrand komen.
- Hard binnen of beschermd opgekweekte
planten altijd goed en rustig af door ze langzaam aan
de buitentemperatuur en de buitenomstandigheden te laten
wennen.
- (Kas)Tomaten, paprika's en aubergines
houden van een regelmatige watergift en elke week voedsel
met een hoog kaligehalte (bijvoorbeeld NPK 7-14-28)
om lekkere goed ontwikkelde vruchten (groenten?) te
krijgen.
Verwijder de dieven bij de (niet bossige) tomatenplanten
en top de plant zodra er 4-6 zijtakken gevormd zijn.
Snoeien:
- Fruitbomen en -struiken:
De snoei voor fruitbomen is in de rustperiode: november
- februari.
- Bomen en struiken:
- Na de bloei bladverliezende heesters
snoeien die op het eenjarige hout bloeien en die
een houtig gestel vormen. Voorbeelden zijn Forsythia,
Deutzia, Ribes, Philidelphus (boerenjasmijn), Kerria,
Cytisus (Brem), Spirea japonica (spierstruik), Weigela.
De scheuten die er vervolgens aan de struik gevormd
worden zullen volgend jaar bloeien.
- Spirea japonica (spierstruik),
Rhus typhina (fluweelboom), Arália elata (duivelswandelstok
of Engelenboom), Kerria japonica (ranonkelstruik),
(sering): Al deze struiken hebben de gewoonte veel
wortelopslag te maken. De struik rondom afsteken
en de grond buiten deze cirkel losmaken. De wortelopslag
met een riek verwijderen of met de hand verwijderen.
- Seringen: Als de bloei voorbij
is de uitgebloeide bloemtrossen verwijderen, zodat
alle kracht naar de nieuw te vormen scheuten zal
gaan. Wortelopslag verwijderen.
- Buxus. Snoeien vòòr de langste
dag (21 juni).
- Rozen. Uitgebloeide rozen verwijderen.
Als alle bloemen van de tros uitgebloeid zijn, de
tros terugknippen tot een lager gelegen vijftallig
blad dat naar buiten gericht is. In het oksel daarvan
bevindt zich de knop voor een nieuwe scheut en die
dus weer nieuwe bloei zal geven.
- Lavendel. Als je lavendel wil
gaan gebruiken om te drogen dan is het daarvoor
nu de tijd. Knip een bosje; bindt het bij elkaar
en hang het op een goed geventileerde plek te drogen.
- Bontbladige struiken. Knip daar
de groenbladige takken uit.
- Wisteria (blauwe regen). Dunne
scheuten inkorten tot 5-6 knopen vanaf de hoofdstengels.
Bemesten:
- Fruit. Denk aan goed water te geven.
- Rozen. Maandelijks bijmesten tot half
juli.
- Gazon. Grasmat maandelijks bijmesten
(wanneer regen wordt verwacht). Voor een mooi groen
gazon kieseriet strooien.
Vaste planten borders:
- Schoffelen met zonnig weer; wieden met
bewolkt en regenachtig weer.
- Steun de riddersporen zodra die gaan bloeien
of in bloei zijn.
- Koester de opgekweekte plantjes die je
in de tuin uit zet door ze in een zgn. badje te zetten.
Vorm om de plant een richel en giet het 'badje' dat op die
manier ontstaat vol met water. Ook goed als herkenningspunt
voor de toch nog vaak kleine plantjes die je maar o zo gemakkelijk
over het hoofd ziet.
- Zodra de oosterse papavers (Papaver orientalis)
uitgebloeid is en zijn blad lelijk begint te worden kun
je hem afknippen tot aan de grond. Hij begint dan weer uit
te lopen en met een beetje geluk volgt een tweede bloei.
Wil je zaad bewaren van de plant, dan moet je 1 of meerdere
stengels aan de plant laten zitten en wachten tot de zaaddoos
begint te verkleuren van groen naar geelbruin. Dan kunnen
ze afgeknipt worden en ik bewaar ze vervolgens in een papieren
boterhamzakje (nog te koop bij de Action).
- Ook de hoge ooievaarsbekken (geranium
pratense) knappen er enorm van op als je ze - zodra ze uiteen
beginnen te vallen - tot aan de grond terugknipt. Doe dit
als de bloei een beetje terug begint te lopen. De plant
gaat vervolgens weer snel uitlopen en bijna zeker volgt
er later in het jaar een tweede bloei aan een wat nettere
plant.
- Indien nodig rijshout of andere plantensteunen
rondom vaste plantengroepen plaatsen
- Geschikt om te vermeerderen als stek met
wortel zijn: aster, campanula, lupine, chrysanthemum, sedum.
- Nieuwe planten planten en het plantgat
vullen met half potgrond en half bestaande (tuin)grond.
Mulchlaag rond de plant aanbrengen.
- Breng plantensteunen aan bij planten met
slappe stengels of planten die geen steun van buurplanten
heeft.
Ziekten en plagen:
- Pas op voor slakkenvraat bij hosta, delphinium,
Ligularia, salvia, en zo kun je er vast ook zelf nog wel
een paar verzinnen.
- Luis sterreroetdauw en valse meeldauw
bij rozen. Vaak staan deze te droog of staan ze te dicht
opeen.
- Woelmuizen. Te herkennen aan ronde holen
met een doorsnede van ongeveer 5 cm.
- Delphinium (ridderspoor); Gaillardia (kokardebloem);
Achillea (duizendblad); Aconitum (monnikskap); Anthemis
(echte kamille); Scabiosa (duifkruid); chrysanthemum maximum
(margrieten); Salvia superba; ... . Het wegsnijden van uitgebloeide
stengels bevordert de groei van de plant en geeft dikwijls
een tweede en soms derde bloei.
- Pioenen. De pioen wordt niet helemaal
terug gesnoeid. Je kunt volstaan met alleen de zaaddozen
weg te snijden. Alleen echter als je dat mooier vindt staan.
Ik laat zeker bij de enkelbloemige boerenpioen de zaaddozen
staan. Zij hebben een decoratieve functie.
- Meeldauw is te bestrijden met bloem van
zwavel of een kant en klaar spulletje bij het tuincentrum.
Ook zullen er vast en zeker biologische oplossingen zijn.
Bomen en struiken:
- Alleen als daar erge noodzaak toe
is wintergroene heesters, coniferen en/of hagen (ver)planten.
Bij verplanten zorgen dat de wortelkluit voldoende groot
is en zo weinig mogelijk wordt verstoord. Daarna goed
water blijven geven en de struik regelmatig besproeien.
Mulchlaag bij de voet aanbrengen om verdamping van het
water tegen te gaan.
- Heesters snoeien die op het eenjarige
hout bloeien.
- Halfheesters voorzichtig terugknippen
tot boven het oude hout; snoeisel als stek gebruiken.
- Verwijder de uitgebloeide bloemschermen
van de sering en rododendrons. Alle kracht kan dan naar
de struik gaan i.p.v. naar de zaden. Altijd direct onder
de bloemscherm afknippen om de nieuwe groeischeuten
van het volgende jaar niet te beschadigen of te verwijderen.
Rozen:
- Plagen en gedierte.
Controleer op bladluis. Eventueel spuiten met een mengsel
van zeep/spiritus/water. Niet in de zon spuiten, beste
kun je dat 's avonds doen. Dan hebben ook de nuttige
insecten er minder van te lijden.
Controleer op gekrulde bladeren. Dit is door de bladroller
rups of de grijsgroene larve van de zaadwesp. Blad wegknijpen
en vernietigen.
- Ook rozen kun je stimuleren tot het
geven van grotere bloemen. Haal dan bij de clusters
nieuwe knoppen er een aantal weg. Alle kracht kan daarna
naar de overgebleven knop(pen) gaan en dat levert grotere
bloemen. Die kun je dan mooi in een boeket of schaaltje
gebruiken.
- Rozen tot half juli maandelijks bijmesten
met rozenmest of meststof met een hoog kaligehalte.
- Hou de klimrozen in de gaten en bind
ze zonodig aan.
- Uitgebloeide rozen verwijderen. Als
alle bloemen van de tros uitgebloeid zijn, de tros terugknippen
tot een lager gelegen vijftallig blad dat naar buiten
gericht is. In het oksel daarvan bevindt zich de knop
voor een nieuwe scheut en die dus weer nieuwe bloei
zal geven.
Terras:
- Controleren waar mieren het terras
ondergraven hebben. Maatregelen nemen door er mierenpoeder
bij te strooien.
- Kunststofflessen verzamelen om bijen
en vliegen lokkers van te maken.
- Potplanten geregeld bijmesten tijdens
groeiseizoen of langzaam werkende mestkorrels gebruiken.
- Hangbakken verzorgen door de uitgebloeide
bloemen bij het steeltje af te knijpen.
Gazon:
- Graskantjes bijhouden met een gazontrimmer
of iets dergelijks. Natuurlijk ga ik hierbij uit dat
jullie net als wij het nodige aan graskantjes bij te
werken hebt en dat je ook van een net gazon houdt.
- Maai in zonnige perioden niet te kort;
de zon zou het kunnen verbranden.
Bollen en knollen:
- Plant nu najaarsbloeiende bollen zoals
bijvoorbeeld Colchicum (herfststijlroos), Nerine (kliplelie),
herfstcrocus, ...
- Dahlia's:
- Ontknoppen van dahlia's om grotere
bloemen te krijgen. Als regel laat je aan één stengel
de hoofdknop zitten en verwijder je de twee knoppen
die daar aan weerzijde onder zitten. Wil je daarentegen
veel kleine bloemen aan een stengel, dan moet je
juist de hoofdknop wegnemen.
- Controleer regelmatig de plant
op verwelkte bloemen. Wil je zaad winnen, dan moet
je er een paar laten zitten.
- Breng bij de hogere soorten steunmateriaal
aan zodra de plant het op een groeien zet. Drie
stokken rondom verbonden met een touw en één in
het midden is niet overdreven.
- Lilium - Lelie: Zodra de lelie
uitgebloeid is knijp je om zaadvorming tegen te
gaan de bloem van de stengel. Alle voeding en kracht
gaat vervolgens naar de opslag in een nieuwe bol
voor volgend jaar. Wil je daarentegen wèl zaad winnen,
dan wat zaaddozen laten zitten. Lelies kun je in
de grond laten zitten; met een beetje geluk worden
de groepen steeds groter. Ziekten en plagen: Pas
op voor het leliehaantje. Dit is een roodoranje
kevertje dat de bladeren, knoppen en later de hele
lelie aantast door er eieren op te leggen (onderaan
de bladeren een rode streep van eitjes) waaruit
zich larven ontwikkelen. Onze mooie lelies vormen
hun voedsel en mooier worden ze er zeer zeker niet
op. Heb je maar weinig lelies staan dan kun je volstaan
met ze tijdig (al in april) weg te vangen en te
controleren op ritsen rode eitjes aan de onderzijde
van de bladeren en knoppen. Alternatief is Pyrethrum
Spray van Bayer. Wij hebben daar goede ervaring
mee.
- Allium. Sieruien kunnen na de bloei zonder
problemen in de tuin blijven staan. De bloemschermen zijn
mooi te verwerken in een boeket en in een later stadium
de zaadschermen idem-dito.
- Frittilaria imperialis - Keizerskroon
/ Stinklelie. Kunnen na de bloei gewoon op de plek blijven
staan.
- Narcissen en (botanische) tulpen. Loof
van uitgebloeide bollen zal nu inmiddels wel helemaal ingedroogd
zijn. Opruimen dus; de bollen laten zitten en de plek markeren.
Uitgebloeide narcissen, tulpen en hyacinten die je in een
geul ergens op de tuin achteraf hebt gezet, kun je nu schoonmaken
(pellen), opslaan in een netje en in een goed geventileerde
ruimte ophangen. In het najaar weer uitplanten.
- Canna's. Zodra het loof 10 cm aan de plant
staat en de temperatuur buiten voldoende warm is, kunnen
ze beschermd in de tuin uitgezet worden. Planten in rijke
potgrond.
- Oxalis - Sierklaver. Planten en voldoende
voeding geven.
- (gevuldbloemige) Knolbegonia's. Eventueel
zijknopjes uitdunnen om de hoofdbloem meer kracht te geven
Moestuin:
- Zaai groentes zoals andijvie, bietjes,
chineese kool, postelein, radijs, wortelen en sla.
- Plant eerder in potjes gezaaide groenteplanten
(bijv. winterkool) uit in de tuin.
- Onkruid schoffelen.
- Aardappels. Veel vroege aardappels
kunnen nu al geoogst worden.
- Gezaaide en opgekweekte tomaten en
paprikaplanten kunnen nu in de tuin uitgezet worden.
Heb je gekozen voor cherrytomaatjes of een kleine soort
paprika's of pepers dan kun je ook heel leuk een plant
op een grote pot op het terras zetten.
- Uien. Zodra het loof geel wordt en
omvalt is het tijd om te oogsten. Rooi te uien voorzichtig
en leg ze een aantal dagen in de zon te drogen of als
die er niet is op een rek dat je ergens droog en goed
geventileerd weg zet.
- Pompoenen en sierkalebassen. Plant
de opgekweekte planten uit (plantafstand 50-60 cm) of
zaai ze direct ter plekke.
- Tomaten. Top tomaten zodra ze 4 trossen
hebben gevormd en blijf bij hoge rassen letten op dieven
die uit de bladoksels groeien. Deze verwijderen. Bij
struik- of hangvormen kan dat achterwege blijven. Blijf
bijmesten met speciale tomatenmeststof of meststof met
een hoog kaligehalte. Voldoende en vaak water geven
om ziekte zoals neusrot en grauwe schimmel te vermijden.
Gieten op de bodem is het beste; sproeien kan schimmel
veroorzaken.
- Stoksnijbonen en pronkbonen. Toppen
zodra de plant de top van de stok heeft bereikt. Oogst
de peulen regelmatig; dit stimuleert de opbrengst.
Denk aan de watergift. Bemesten met kalk.
- Aardbeien (nieuwe aardbeiplanten opkweken).
Plant de uitlopers van de aardbeienplanten in elk een
afzonderlijk potje en snijdt na een aantal weken deze
plant van de moederplant. Verder opkweken.
Beschermen:
Sla is favoriet onder de mussen en ook slakken gaan
er geen straatje voor om.
Wij hebben een soort van tunneltjes gemaakt van mollengaas.
Ik heb op mijn site onder 'tips en trucs' een foto geplaatst.
Wie weet brengt het je op ideeën.
Fruittuin:
- Vruchtbomen blijven controleren op
vocht.
- Controleer zwaar beladen takken op
doorbuigen; eventueel steun klaarzetten voor als het
al te bar wordt.
- Aardbeien. Inspecteer de strolaag
of die nog voldoende bescherming biedt. Wees alert op
grauwe schimmelziekte. Vooral in natte perioden. Aangetaste
vruchten verwijderen. Niet op de composthoop gooien
i.v.m. verspreiding. Aardbeien vormen nu uitlopers.
Als je dat wilt kun je die afsnijden en weggooien of
anders afleggen en er nieuwe planten van opkweken.
- Pruimen. Dun de pruimenbomen door
aangetaste pruimen af te knijpen (te herkennen aan een
zwart stipje op de pruim; breek je zo'n jong pruimpje
open, dan zul je zien dat daar een larve in zit; weg
ermee dus!). Eind juni/begin juli kun je nog eens kijken
of er niet teveel pruimen aan één cluster zitten en
het overschot eventueel verwijderen. Doe je dat niet
dan kunnen de takken onder het gewicht van de vele pruimen
bezwijken.
- Appels en peren. In juni vindt de
natuurlijke dunning plaats. Zitten er echter nog erg
veel vruchtjes aan één cluster, dan kun je er een aantal
van verwijderen. Vaak is het voldoende om een cluster
aan te raken om kwetsbare slecht ontwikkelde appeltjes
of peertjes los te laten gaan. Gaat dat niet zo simpel
dan zoveel van de cluster afhalen dat de overblijvende
peren of appels voldoende kunnen ontwikkelen zonder
de andere in de weg te zitten. Deze methode levert groter
en beter ontwikkeld fruit op.
Vijver:
- Vissen matig voeren: teveel ongegeten
voedsel = algengroei.
|